dinsdag 31 januari 2012

VIER HAIKU'S


Kraker  voor vrijheid
ligt in elkaar geslagen
naast een rode vlag.


Vertrapte schoenen
jeans, jacket oud versleten
overdosis: dood.


Meisje kleedt zich uit
stelt haar lichaam aan hem bloot
begeert slechts zijn geld.


Zitten aan de bar
niet kijken in haar ogen
praten tegen het glas.

---
 Haiku is Zenpoëzie
Lettergrepen: 5 7 5

vrijdag 27 januari 2012

EUROPA


JONGERENCONGRES

OVER DE TOEKOMST
VAN EUROPA.

Hoera, en nog wel in Enschede. Waarom Hoera? Omdat ik zo langzamerhand meer vertrouwen heb in goed opgeleide jongeren dan in ouderen, ook al zijn ze goed opgeleid. Kijk maar eens naar een uizending van Pauw &  Witteman, de haantjes willen het woord, en niemand laat de ander uitpraten, hetzelfde geldt voor Buitenhof. In de kamer gaat het vaak om oude politiek.
Volgens een artikel in " De Twentse  Courant Tubantia" zal van 1 tot 7 mei op de campus van de Universiteit Twente een jongerencongres worden gehouden waar prominente sprekers aan mee doen. De organisatie verwacht duizend studenten uit Europa met als doel: de studenten te laten nadenken over hun rol in Europa. Volgens de studentenorgansatie AEGEE:

"Europa wordt beheerst door crisis en cynisme. Politici lijken  gevangen te zitten in de financiële wereld. (...) Studenten moeten zich inzetten  als toekomstige leiders voor een duurzaam en tolerant Europa (...)"
 __

donderdag 26 januari 2012

ENSCHEDE


Overgenomen uit de "Groene Amsterdammer"
  van 26 februari 2012

Wachten tot het
weer mis gaat.

  De overheid faalde bij de ramp in Enschede.
De vuurwerkramp in 2000 was niet het gevolg van
een gebrek aan toezicht of handelaren die de wet
negeerden. De overheid had zelf mogelijk gemaakt
dat iedereen professioneel vuurwerk kon opslaan.
Klokkenluider: "Verkeer en Waterstaat stelde mij niet
in de gelegenheid om met de commissie-Oosting te praten.
't Gevaar van nieuwe rampen met andere gevaarlijke stoffen is
anno 2012 onverminderd groot."

Zie ook het uitgebreide artikel in bovengenoemd weekblad.

dinsdag 24 januari 2012

AMSTERDAM

            Wending

Vanmorgen zag ik een man
die fietste langs de Herengracht,
en, onverwacht, alsof hij zich bedacht,
remde. Zijn voet raakte de keien
en keerde.
Zwaluw-vlug
reed hij langs de gracht terug.
Maar goed dat niemand het zag
behalve ik,
omdat op de Herengracht
niemand zich bedenken mag.


         Wonderboom
Aan de Prinsengracht staat een wonderboom.
Het is een gewone iep,
maar met bijzondere eigenschappen.
Zondagmorgen raakte ik hem aan, de boom,
terloops, en ik ontmoette Joost,
die ik in geen jaar had gezien.
Toen ik hem, de boom, vandaag weer aanraakte,
kwam er een postbode voorbij.
Zo zie je maar!

Deze twee gedichtjes schreef ik in mijn Amsterdamse tijd
1949 - 1959.

maandag 23 januari 2012

IN MEMORIAM


Soms , niet altijd,  maar op bepaalde gedenkdagen en zeker bij de jaarwisseling denk je vaak aan al die geliefden, familieleden en vrienden die er altijd waren en dan ineens niet meer. De gestorvenen dus. Als je zelf op leeftijd komt zijn je ouders al lang geleden overleden, evenals je ooms en tantes. In onze familie denk ik dan aan een broer en zuster van mijn vrouw Lenie en natuurlijk aan ons kleinzoontje van 14 jaar die alle drie in 2009 en 2010 zijn  overleden.  En dan vrienden en bekenden.

Bij het nadenken over deze treurige gebeurtenissen dacht ik aan een mooi gedichtje van de dichteres Ida Gerhardt:

                  Genesis

Oud worden is het eindelijk vermogen
ver af te zijn van plannen en getallen;
een eindelijk verheldering van ogen
voordat het donker van de nacht gaat vallen.

Het is een opgaan van vergezichten
of je in de avond de zee ziet lichten.

Het is allengs een onomstotelijk weten
dat je vernieuwd zult wezen en herschapen
wanneer men van u schrijven zal, 'ontslapen'.
Wanneer uw naam op aarde is vergeten.

 Genesis =  wording

vrijdag 20 januari 2012

NACHT


Gesloten deuren en de luiken dicht.
de populieren ruisen in de nacht.
Liggend in het vuren bed streel ik zacht
haar blonde haren, vingertoppen licht.

Een kleine lamp verlicht goudglans haar gezicht,
zij slaapt, bedekt slechts met een schapenvacht;
haar lichaam, lijfelijk, ademt levenskracht.
Op de witte muur schrijf ik een gedicht.

Ik hoor de ratels van een boerenkar
en het blaten van de kuddedieren.
Het morgenlicht valt door de kieren,

Nog loom van slaap open ik de blinden.
Ik ben alleen. Het vacht ligt op de kist..
Het gedicht op de muur is uitgewist.

 Als een gedicht geen ondertekening heeft ben ikzelf de 'dichter'
 Bij gedichten van derden zal ik in voorkomende gevallen de dichter noemen.

dinsdag 17 januari 2012

NOG EVEN TAO


Een goede  kennis maakte mij er op attent dat de titel van het stukje van gisteren
"Een stukje Tao" eigenlijk niet kon, want  de basis van Tao is het 'geheel' en dan kun je niet van een stukje Tao spreken.
Tao is niet te definiëren: men kan zich bijvoorbeeld ook gen Taoist noemen omdat zo'n uitspraak te beperkend is. Tao is niet beperkend het is alles omvattend. Genoemde kennis gaf mij de volgende tips: Tao betekent letterlijk de  weg, het pad. Tao is het banen van je eigen pad in een land zonder paden. Je levenspad. Het pad is moeilijker te volgen als je weerstand biedt.
Het volgende is noemenswaardig: in het Taoisme wordt nooit over liefde gesproken, wel over harmonie. Er is geen goed of slecht...  Een Taoist kan dus in principe geen beter mens worden. Mijn eerder genoemde kennis houdt zich met praktische Taoïstische kennis bezig,
dat wil zeggen hij is acupuncturist.

Tot slot kreeg ik  het volgende citaat over kennis toegestuurd.

To realise that our knowledge is ignorance
This is a nobel insight
To regard ouer ignorance as knoledge
This is mental sickness

Op internet is over Tao veel informatie en literatuur te vinden.

zondag 15 januari 2012

EEN STUKJE TAO


Tao is een filosofie, en filosofie betekent liefde voor de wijsheid.
De oosterse filosofie bestond allang, maar is pas vastgelegd in China ca. 1600
jaar voor Chr. Via Lao Tzé, die de reeds bestaande gedachtegang de "Tao" opschreef en zich daardoor ook in India verspreidde. Tao is het oerwoord van de Chinese wijsbegeerte, het abstract gedachte eenheidsbeginsel dat de wereld beheerst Het oerprincipe en de fundamentele bron van alle zijn. Tao  (De Weg) is meer een levenswijze dan een denkrichting. Tao leert het volgende:
* Tao is alle dingen maar zelf geen ding.
* Tao is werkzaam in ieder verschijnsel, maar zelf verschijnt het nimmer.
* In Tao is alles ongescheiden één.
Ook de Griekse wijsgeer Paramedes ging uit van de eenheid van het Zijn en het Niet-zijn en noemde dit de weg der waarheid. In het begrip Tao ligt echter niet alleen de gedachte van het oerprincipe, maar tevens is hierbij de ordening  en harmonie van het menselijk leven besloten. Tao heeft te maken met het Indiase begrip Advaita, de filosofie van de non-dualiteit. Advaita betekent letterlijk: niet-tweeheid.
Het filosofisch systeem gaat uit van de onscheidbaarheid van individu en geheel, van mens en schepping, van schepper en zijn schepping. Door langdurig vergeten denkt de mens echter dat hij los staat van de schepping. Zo ontstaat de frictie, strijd, aantrekking en afstoting. Als echter de mens zich zijn ware natuur herinnert, onafgescheiden van de schepping, komt de dualiteit (als strijd) tot vrede en rust, tot eenheid.
Het bovenstaande  zijn wat gedachten uit de Tao/Yoga literatuur.
Wordt vervolgt

vrijdag 13 januari 2012

VADERS EN ZONEN


In mijn bijdrage van woensdag 11 januari noemde ik het boek 'Vaders en zonen' van Toergenjew een juweeltje. Ik sta daarin niet alleen, want Karel van het Reve schreef dat hij dit een van de beste boeken vond die in het negentiende-eeuwse Rusland geschreven zijn.
Vaders en zonen is eigenlijk een psychologische roman. Dit komt sterk tot uiting in de vele dialogen die het boek rijk is, waar er veel belang wordt gehecht aan de gevoelens van de personages. Het verhaal gaat over twee jongens, vrienden, alhoewel hun leeftijd niet wordt genoemd zijn ze waarschijnlijk tegen de twintig jaar, intelligente knapen en gek op mooie meisjes en op drank. Prachtig zijn de gesprekken tussen de beide jongens, Bazarov en Arkadi.
Zij noemen zich beide nihilisten. Een nihilist is iemand die geen enkel principe aanvaart en zich voor geen enkele autoriteit buigt, mogelijk voorlopers op de latere revolutionairen.
Doordat kennis wordt gemaakt met veel familieleden van de jongens, hun vrienden, met de rijke grondbezitters en de lijfeigenen, krijg je een goede indruk over het Rusland van  de 19e eeuw, van haar vrolijke zijde en  ook van haar tragiek.
Kortom een zeer lezenswaardig boek.

woensdag 11 januari 2012

BOEKEN: DE RUSSEN

Zo nu en dan breng ik dit weblog een boek onder uw aandacht dat mij  ontroerd of geboeid heeft. Zo besprak ik 'Tonio', door A.F.Th. van de Heijden, en 'Bij nader inzien' door J..J.Voskuil. Vandaag wil ik het hebben over de 'Russen.'

Om inzicht te krijgen in de Russische literatuurgeschiedenis kan ik de volgende twee boeken aanbevelen:
'DE RUSSEN IN MIJN KAST' een uitgave van Van Oorschot  (1990) waarin twaalf schrijvers-lezers, één of enkele Russische boeken bespreken en ook  veelal goede informatie geven over de schrijver en zijn tijd. Om maar enkelen te noemen:Tsjechow, Gogol, Poesjkin, en natuurlijk Dostojewski en Tolstoi. Als tweede belangrijk boek over de Russische literatuur moet genoemd worden:
'GESCHIEDENIS VAN DE RUSSISCHE LITERATUUR.' door Karel van het Reve. Het boek begint zo ongeveer in de 15e eeuw (de val van Konstantinopel) en eindigt in 1904 bij de dood van Tsjechow. Dit boek van 520 pagina's is het standaardwerk over de Russische literatuur.
Karel van het Reve noemt Dostjojewski een schrijver van keukenmeidenromans.
Wat hij hier ook mee bedoeld heeft, ik ben het zeer met hem oneens. Wel begrijpelijk is dat de lijvige werken van Dostojewski afschrikken, zoals 'De idioot', 'Schuld en boete' en 'Demonen' afschrikken,  en van Tolstoj Óorlog en vrede'.  Dan een tip: begin dan eens met de verhalen van  Tsjechow of Boenin. Deze verhalen lezen lekker over het Russische levensgevoel in de 19e eeuw. Van Tsjechof noem ik de juweeltjes : 'De steppe' en 'De dame met het hondje'. Van Boenin 'De heer uit San Francisco'. Op dit moment lees ik voor de zoveelste keer 'Vaders en zonen' van Toergenjew. Makkelijk leesbaar, een juweeltje . Laat ik het zo zeggen: op dit mooie boek kom ik nog terug.

maandag 9 januari 2012

NOGMAALS POEZIE



Het volgende gedicht is geen gemakkelijk gedicht
Mogelijk het verhaal over een eenzaam iemand,
mogelijk enigszins gestoord en contactarm. 
Geen prettig persoon. Maar ook hier heb ik meer
aandacht besteed aan het spel met woorden dan
aan een logisch verhaal.


                 GLAS
Ik woonde in een huis met glazen muren,
kristallen koepels daarop, afgerond.
Opaal-doorschijnende achtergrond:
een open boek, schunnige schrifturen.

Meeuwen vlogen rond van laag allooi,
landen krijsend op het pas geverfde gras.
Een zwaluw vliegt bloedend tegen 't glas.
De laatste kraai verlaat z'n glazen kooi.

We zaten op een bank van porselein,
bedronken, oog in oog, ik zag
het dorre niemandsland, het niet
verwoorde vraagt zijn tol.

Toen was het uit, toen brak de spiegel
scherven stuk...
Een ijsvogel-blauw vloog door mijn hoofd.
Hersens beschadigd, van haar beeld beroofd.
Nimmer een geluk bij een ongeluk.

De meeuwen, eens van zilver, en belust op aas
stonden toen voltallig voor de muren
van glas, naar mijn onttakeling te gluren.
Alsof een doorzichtig mens iets bijzonder was.

vrijdag 6 januari 2012

POEZIE

Zoals ik al eens eerder schreef, ik had een tante die mij in mijn kindertijd altijd een boek cadeau gaf. Jongens boeken. Diezelfde tante liet mij bij haar thuis poëzie lezen,
zij was de enige in onze familie die een boekenkast(je) had en in dat kastje stond voornamelijk Friese literatuur.  Ik herinner me dat ik al jong Rispinge van Pieter Jelle Troelstra las, in het Fries uiteraard. Eigenlijk ben ik altijd poëzie blijven lezen en verzamelde zelf ook bundels. Nu staan er meer dan vijftig bundels in mijn boekenkast. Ik heb een voorkeur voor de dichters Gerrit Achterberg, Kopland en Slauerhof, en nog heel wat anderen o.a. Hans Andreus en Gerrit Kouwenaar om maar enkelen te noemen.
Zelf schreef ik ook wel gedichten, maar dat is eigenlijk in Amsterdam en later in Enschede goed op gang gekomen, vooral natuurlijk door het Musisch café in Enschede. Maar het is altijd een hobby gebleven, zonder winstbejag.
Nu ik zo nu en dan wat gedichtjes op mijn weblog plaats, even het volgende:
Het gaat mij het schrijven van poëzie minder om de inhoud en meer om het taalspel.
Als me gevraagd werd, wat bedoel je nu precies met dit gedicht, dan kon in vaak geen bevredigend antwoord geven. Zie ook het gedicht dat ik eerder plaatste, Venetië, en ook het onderstaande gedicht "Voettocht" dat ook in een bundel van het Musisch café is opgenomen.


                Voettocht
Ik liep vannacht naar noord en zuid
met voeten die van kou vertrokken.
Van achter het luiden van de klokken
speelt de bosgod op zijn fluit.

Ik liep vannacht naar noord en zuid,
langs bevroren spiegelglas,
ik hoorde stil stylieten lokken
en zei: Het lied is nog niet uit.

Het naaldloos kompas,
door beide polen aangetrokken
stond een windroos ver vooruit.

Ik liep op schapenwollen sokken,
mijn voettocht haalde niet veel uit.

woensdag 4 januari 2012

WOORDEN 2

 WOORDEN 2

In het bomen-woorden-woud
vlucht ik voor het leven.
Ik ben in vluchten zeer bedreven,
geen mormel dat mij tegenhoud.

Niet denken, maar met woorden spelen,
denken is voor betrokkenen fataal,
soms denk ik in een nieuwe taal,
maar verwijder wel de beelden.

Ik zeg de woorden atonaal,
ontdaan van taal en teken;
zo kan ik in raadsels spreken,
zoals: vanmorgen was er avondmaal.


TAAL

Ik zocht de taal in
haar klaarheid
en eenvoud
nog eenmaal op.
Een poging om
'schoonheid' te vinden.
Ik vond een smal gebied
tussen twee meren,
waar de namen nog die
van de ouders zijn,
gras dat nog geen kunstgras is,
violen tussen het fluitenkruid.
Om gelukkig te zijn.

maandag 2 januari 2012

FEESTDAGEN

Natuurlijk: de kerstdagen en oud-  en nieuwjaarsdag zijn feestdagen. Op de tweede kerstdag maakten onze kinderen een fantastisch kerstdiner. Dit jaar bij Nico en op nieuwjaarsdag kwamen onze kinderen en kleinkinderen 's middags bij ons op bezoek. Enkele van de kleinkinderen hebben een vast vriendje resp. vriendinnetje en zo zaten we met z'n twaalven oliebollen en lekkere hapjes te eten. Hartstikke leuk en gezellig... maar omdat onze lieve kleinzoon Sjoerd er nu niet-  en nooit meer bij zal zijn is emotie en verdriet ook stil aanwezig.
Het is voor ons als ouders en grootouders fijn dat  onze kinderen en kleinkinderen in de stad wonen, en eigenlijk ook wel graag, niet te vaak, naar de Archipel komen. We hebben een hechte familieband.

Ja, wat is er meer over de feestdagen te melden. We hebben vrij veel bokbier gedronken en zoals gezegd oliebollen gegeten. Aan het afschieten van vuurwerk doen Lenie en ik niet meer mee,  maar hier  in de buurt ging het oudejaarsavond van jetje. Het waren stille uurtjes zonder visite, veel gelezen, goeie muziek gehoord, een kerstconcert op een van de kerstdagen uit Wenen (met de  Wienersangerknaben)  was een topper. Het nieuwjaarsconcert uit Wenen is ons ontgaan.  En dan gaat in het jaar 2012 alles weer z'n gangetje, ik ga weer naar m'n schaakclubjes, de Loge is weer wekelijks, de kerstversiering wordt weer afgebroken, en de kinderen gaan weer gewoon naar school.

Tot zover enkele gedachten over de feestdagen. Tot slot dan al mijn bloglezers een goed en gezond 2012 toegewenst en bedankt voor de mooie kerstkaarten.
   

woensdag 28 december 2011

WOORDEN

 
Ik was in vormen en in kleuren
minder goed dan in woorden en zinnen.
Als kind schoten mij rijmpjes te binnen
die ik zegde voor verbaasde oren.

Toen schreef ik puberale sonnetten
over natuur, de herfst en haar kleuren,
het voorjaar  en de geuren.
Verzen als weelderige boeketten.

Een tussentijd van lauwe rust;
gedichten bleven in het woorddepot.
Dingen doen en zaken. Poëzie was stro.
Kinderen werden zonder rijm in slaap gesust.

Bij het rooien van de jaren
moet mijn pen het weer ontgelden.
Er is godvergeten veel te melden
over jou en mij, woorden om te bewaren.

Zo schrijf ik nu bezeten
dingen die we allebei al weten.

zaterdag 24 december 2011

BIJ NADER INZIEN

Donderdag schreef ik een stukje over de schrijver J.J.Voskuil en  zijn bekende boekenserie  "Het Bureau".
Terloops noemde ik zijn eerder geschreven boek "Bij nader inzien." (1963)
Dit boek verdient het niet om zo terloops genoemd te worden, dus een aanvulling.
Het hele boek door, vanaf de eerste pagina tot en met  pagina 1207 gaat het over en groep studenten Nederlands in Amsterdam tussen 1946 en 1953.  Vooral door de op de studentenkamers gevoerde discussies, waarin  literatuur een belangrijke rol speelt, raakt de lezer bekend met de persoonlijkheid van elk der vijf vrienden, namelijk:
* Maarten, alter-ego van de schrijver Voskuil en zoon van de destijds van de radio bekende hoofdredacteur van Het Vrije Volk Koning. Maarten is eigenwijs en heeft iets hufterigs
over zich. Zijn vriendin en latere vrouw heet Nicolien.
* Paul, een geweldige praatjesmaker en betweter is ook niet de sympathiekste. Moet met veel tegenzin in militaire dienst. Zijn vriendin, later zijn vrouw heet Rosalie.
* Klaas, een leuke normale jongen, die z'n best doet en leraar wil worden.
* Flap, eigenlijk een lieve jongen, een goede vriend, die al vrij vlug trouwt met Toosje  en dan een zoontje krijgt.
* Hans, blijft op de achtergrond, is aardig en lijkt qua karakter op Flap.
Er zijn natuurlijk ook meisjesstudenten in het spel, andere studenten en profesoren etc, maar de 'hoofdrol spelen toch de zes genoemde vrienden.
Wat vooral leuk is in dit boek zijn de wandeltochten door Amsterdam en omstreken en de muziekavondjes waarop Flap liedjes schrijft en ze met de piano voorzingt.

Zoals: Hocuspocus pas                         en       Ik kijk alleen maar naar haar enkels
            ik wou dat ik een pooier was,             en weet dan al hoe laat het is
            kon ranselen en rijden                         Zien en begeren zijn aanwensels,
            eindelijk de stier bevrijden                  waar soms een droevig staartje aan is.
            die ik in oertijd was,
            Maar jodocus, hocus pocus,
            voor de klas, pas.
 
                                        Ik wil graag doodgewoon en rustig leven
                                       met vrienden praten, houden van een vrouw,
                                       een borrel drinken en wellicht ook even
                                        mijn  plicht vergeten en de huwelijkstrouw.
                                        ik wil natuurlijk graag weer zijn vergeven.

donderdag 22 december 2011

J.J.Voskuil

Mijn zoon Nico en ik zijn sinds jaar en dag trouwe, wat heet,  soms verslaafde lezers van de boeken geschreven door J.J.Voskuil. We waren niet de enigen die uitkeken naar de uitgave van het volgende deel van zijn grote werk "Het bureau".  Bij de boekwinkels stonden de mensen in de rij om zo gauw mogelijk het volgende deel te bemachtigen. De boeken verschenen in de jaren 1996  tot rond het jaar 2000, totaal 7 forse delen van een kleine duizend bladzijden per deel. Van elk deel verschenen zo'n tien tot vijftien herdrukken.
De boeken beschreven de jaren dat de schrijver werkzaam was op het 'Meertens- instituut' in Amsterdam, het bureau dus.  Prachtig en geestig geschreven, je kon spreken van een rage in de literatuur, voor sommigen onbegrijpelijk, 'vinden er niks aan'. Ik ben door het lezen van deze boeken bij  een masseur  terecht gekomen met een pijnlijke leesnek.

Voor dat Voskuil deze boeken schreef, schreef hij in de zestiger jaren "Bij nader inzien". Dit boek beschrijft de lotgevallen van hem zelf, zijn alter ego heet Maarten, en die van zijn vrienden, op de Amsterdamse Universiteit in de veertiger en vijftiger jaren. Dit boek heeft 1206 bladzijden. Het is voor de een taaie literatuur, voor een ander een boek om steeds opnieuw te lezen. Nico en ik hebben het meermalen gelezen, en omdat ik het nu voor de vierde keer aan het lezen ben, neem ik dit artikeltje op in mijn weblog.

De schrijver J.J.Voskuil is in 2008 overleden.

maandag 19 december 2011

NOGMAALS SCHAKEN

Dit weekend in De Groene een interview gelezen met de schaakgrootmeester Anish Giri,
deze Anish Giri is 17 jaar en de jongste schaakgrootmeester van Nederland en Rusland ooit. Hij is nummer één onder de achttien jaar en nummer drie van de wereld bij de junioren onder de twintig jaar. Anish is van geboorte een Rus, heeft ook met zijn ouders tot zijn vijftiende jaar in Rusland gewoond en sinds drie jaar woont het Giri gezin in Nederland. In Rusland heeft Anish, als zo veel Russische kinderen op een schaakschool gezeten. Mogelijk wordt Anish ooit eens als Nederlander een van de allergrootste schakers ter wereld.
Ik heb hem in Enschede een keer zien spelen op een jeugdtoernooi, hij had toen in een week verschillende tegenstanders, maar werd op dit toernooi niet de winnaar, mogelijk door een black-out een enkele partij verloren. Een uitspraak van Anish: 'Het is niet zo erg als er iets misgaat in een partij.'

Hij zit nu nog op het VWO en wil die zeker afmaken. Hij reist nu naar veel toernooien en Europa en zelfs in China, school en topschaken is nu nog te combineren, maar over enkele jaren zal hij moeten kiezen  tussen de wetenschap of een carrière beroepsschaker.
Op de vraag welke karaktereigenschap komt je het meest van pas komt bij het schaken: 'Je moet je goed kunnen concentreren en trainen met een coach. Verder  heb ik mijn laptop, die ik bij een toernooi altijd bij me heb, daar  zitten mijn analyses en schaakvoorbereidingen in'.

Anish vindt Nederland een fijne plek om te wonen, maar het allermooiste vind hij Luxemburg en Zwitserland. Om de bergen die we in Nederland niet hebben.
Hopelijk zullen we in de toekomst nog veel over de prachtige schaakresultaten van Anish horen. Hij is nu met zijn 17 jaren de nummer dertig op de wereldranglijst.

Website: www.anishgiri.nl

Bron foto: Wikipedia.nl

vrijdag 16 december 2011

HET GAAT OVER JONGE MENSEN

Sinds jaar en dag lees ik de Groene Amsterdammer, cq ik ben er op geabonneerd.

Elke donderdag ligt dit weekblad bij  ons in de bus, een blad dat helder schrijft over politiek, economie, het wereldgebeuren, wetenschap, cultuur, boeken en over nog veel meer. Het is me altijd een raadsel hoe de Groene als blad met een bescheiden oplage en een eenvoudige organisatie, elke week zo'n bijzonder blad weet te vullen met goeie artikelen met prachtige foto's.
Maar ik wil het nu in het bijzonder hebben over het deze week verschenen uitgebreide  kerstnummer. Met dit kerstnummer moeten we het drie weken doen, maar het bevat dan ook 136 forse bladzijden, uitstekende artikelen en heel mooi fotomateriaal. Vooral de omslagfoto is prachtig en geeft aan dat dit kerstnummer een bijzonder nummer is en vrijwel geheel over de jeugd en over jonge mensen gaat.
Nu behoor ik zelf al lang niet meer tot deze doelgroep, en in dit kerstnummer staan heus wel gedachten en uitspraken waar ik vraagtekens achter zet, maar als geheel heb ik met veel plezier gedeelten van het nummer  gelezen en nu raad ik jonge mensen, die geïnteresseerd zijn in het lokale- en het wereldgebeuren,  aan om dit kerstnummer voor de kleine prijs van 4,95 aan te schaffen. Je zult er geen spijt van hebben
Uit een keur van onderwerpen noem ik de titels van enkele artikelen.
* Puberbrein.  * Betrokken jongeren,  * Straatjeugd,  * Hitlerjugend,  * Jong en depri, etc etc.
   Op bladz. 132 staat een zeer bijzondere kerstpuzzel, een hersenkraker.

PS De Groene Amsterdammer bestaat sinds 1877



woensdag 14 december 2011

GEDICHT GESCHREVEN IN OORLOGSTIJD.

Mensen

            Vernederd, niet door duivels,
            gemarteld, niet door beesten,
            vernederd, gemarteld, vermoord tenslotte,
           door mensen.
            Hij was net 17 jaar
            toen hij  werd gehaald
            door mensen, die hem ontstolen aan
            zijn vader en moeder,
            zijn broertjes en zusjes,
            zijn vrienden,
            zijn  leven...

maandag 12 december 2011

DE LEMMER 3 (slot)

 
Een herinnering, Jelle en ik


We renden de rijweg over naar beneden, sprongen over een smal slootje en voelden of de houten deur open was. Ja! Onze ogen moesten even wennen aan het halfdonker. In de molen was altijd wel wat te beleven. Je kon bijvoorbeeld in de spanten klimmen, maar je moest oppassen voor splinters.
Na wat klauterpartijen hadden we het wel gezien. Jelle trapte nog in wat viezigheid, de grond in de molen was modderig en mijn voeten waren ook al niet meer schoon.
"Zullen we nog een keertje naar boven klimmen, misschien komt er een paartje binnen om te vrijen. Kunnen we struinen."
"Dan kun je misschien wachten tot je een ons weegt, kom mee dan gaan we weer zwemmen en voeten wassen."
"Jij wil ook niks man"zei Jelle die altijd van die rare plannetjes bedacht. Maar Jelle was al over het slootje gesprongen, klauterde met handen en voeten bij de dijk op en rende de weg over. "Jelle...!" schreeuwde ik.
De chauffeur remde... "Pas toch op klojo" zei de man die Jelle in de berm trok, "als je hier niet uit je doppen kijkt  ben je zo dood." "Dank  u wel meneer" zei Jelle en gaf de voetganger die mogelijk zijn leven had gered een hand.
De chauffeur van de auto wees met z'n vinger naar z'n voorhoofd en reed verder.
We gingen weer zwemmen.

zondag 11 december 2011

DE LEMMER 2

 
'Een herinnering, Jelle en ik'

"Laat me los, rotzakken," gilde het jongetje. Een van de oudere jongens hield hem in de politiegreep, zoals we dat toen noemden.
"Zo kleine rooie, weet je wat we met jongetjes als jou doen? Verzuipen, gewoon verzuipen!"
"Laat me los rotzakken!"

"Zullen we handjedrukken?" vroeg Jelle. We lagen aan de zeedijk, en plaatsten onze ellebogen stevig in het gras. "Wacht even zei Jelle, ik lig niet goed."
"Klaar!"
"Klaar!"
Verbeten krachtmeting van twee armen, twee lichamen,  twee jongens van 15 jaar. Wie is de sterkste? Ik...jij..ik...jij?
Jelle won. De kampioen, hij had het gemaakt.
"Maar ik zwem beter dan jij," En dat was ook zo.

De blonde jongen had het katapultje van het "rotpikkie"tussen zijn zwembroek geschoven.
"En nu gaan we je langzaam verzuipen mannetje, heel langzaam." Het jongetje huilt.
Twee jongens pakken hem vast en gooien hem van de zwemplank in zee, maar het is er niet diep. Het ventje klautert over de basaltblokken op het droge en loopt scheldend weg.
Een van de jongens dreigde hem nogmaals te zullen grijpen, maar keert terug naar zijn vrienden en doet een handstandje in het gras.

"Gaan we zwemmen?"
" Eerst nog even naar de molen."
Jelle wilde vaak even naar de witte watermolen die achter de dijk stond, maar geen wieken meer had 

Wordt vervolgd

zaterdag 10 december 2011

DE LEMMER



Een herinnering, Jelle en ik.

Het IJsselmeer. Een meeuw strijkt neer op de zwemplank die over de basaltblokken ligt. Een kleine jongen met rossig haar schiet met een katapult op de vogel, maar mist...
" Hé rotpikkie, " scheldt een blonde branieknul van zo'n jaar of vijftien, "moet je een pak op je donder hebben?" De blonde jongen draagt een zwembroek met een kammetje er tussen. Hij is niet een van de dorpsjongens want die schelden anders. Het "rotpikkie" richt zijn katapult en schiet een steentje rakelings langs het hoofd van zijn uitdager.
"Godverdomme!"  Drie jongens die in het gras liggen springen op en grijpen het jongetje.
1947... We waren ook branieknullen met kammetjes tussen de zwembroek.
Jelle had ook rossig haar. We zaten op de zelfde zwemplank, de voeten in zee, zoals we het IJsselmeer hardnekkig bleven noemen.
"In de oorlog stond hier afweergeschut en zoeklichten van de moffen," zei ik.
" Schoten ze vaak?"
"Bijna elke nacht. Dit was de route naar Hamburg en Berlijn."
"Was je bang dan?" vroeg Jelle.
"Soms, als er luchtgevechten waren. Wel spannend maar,  bloedlink."
"Bij ons werd niet veel geschoten", zei Jelle, die in de oorlog nog in Apeldoorn woonde.

Wordt vervolgt. 

vrijdag 9 december 2011

NOG EEN GEDICHT

Een paar dagen geleden schreef ik over het Musisch café in Enschede waar destijds
amateurdichters uit hun werk konden voorlezen.
Enkele keren werden een aantal van de voorgedragen gedichten in een bundel
"Een kleine oogst" gepubliceerd. Van mij werden drie gedichten waardig bevonden,
 en in de bundel 1979 - 1987 opgenomen, onder ander het volgende:


                    Venetië

         Dukdalf in een groen kanaal
            van de gouden lagunenstad,
            een meeuw landt op de witte kap.
            De gondeliers gaan aan de haal.

            Dan, in de San Marco, in het voorportaal
            zag ik hem staan bij de Christuswand:
            het kind in wit en blauw, overmand
            hoorde ik woorden in  een nieuwe taal.

            Ik wenkte hem, aarzelend
            volgde hij mij naar de smalle boot
            en nestelde zich op mijn schoot.

            De gondelier, hij was een ingewijde,
            voer ons naar de overkant.
            Het kind had twee lichtjaren in zijn hand.



Een kleine toelichting. Waar gaat dit gedicht over?  De dichter  Achterberg zou nooit een gedicht toelichten. Hij zei altijd:   'Er staat wat er staat'. Maar ik ben Achterberg niet.
Volgens mij gaat dit gedicht over het geheim van een kind. Miljarden jaren zijn ze er niet geweest, en dan zijn ze er opeens. Uit het niets? Of waren ze er altijd al, lichtjaren geleden?
De San Marco dient als metafoor voor het Goddelijke geheim.

woensdag 7 december 2011

SCHAAKGEDICHTJE

 Caissa

De zwarte dame
domineert de velden,
de dikke dame op D5,
maar een dapper
bleek pionnetje
stapt naar voren
en de dikke
zwarte dame
met haar brede
arrogante kont...
is nergens meer.

maandag 5 december 2011

ONZIN

Jaren geleden bestond in Enschede het Musisch Café nog,
met de bekende Jeanne Rol als inspirerend leidster.
Amateurdichters, zoals ik, konden daar uit  eigen werk voorlezen.
Ze kregen daar een kleine vergoeding voor.

Ik las daar een paar keer, in de  'Hermantap',  naast wat serieuzer werk,
een onzin-gedicht voor, dat toen wel werd gewaardeerd.

                                                Wörgel

                                  Gelaten tot de Wörgl bengt
                                  met grote handstruwelen.
                                  Straks je bij de adem slengt,
                                  rochelt en verkelen.

                                  En als de Wörgel smorengiert
                                  met gruwen en flambraken
                                  en vlijmt de gorgelstrottensliert
                                  door falen en verzaken,

                                  dan Wörgel wringt de grommenstrot
                                  en wrongt je vast verklouwen,
                                  hij wingert in balarensnot
                                  sidderend doorgrauwen.

                                  Maar als je liever-groersel ziet
                                  dan bent de Wörgel groender
                                  dan fluitert 't hoge hokuslied
                                  tot in tonaarden toender.

zondag 4 december 2011

GEDICHTJE

 LEVEN

De binnenkant van het leven
is wonen in een dorp,
lopen langs de beek
met Leentje je vrouw.
Is dammen met je zoon,
knuffelen je dochter.
Dan nog de katers
Pim en Dick.
En gedichten schrijven.
Anders niets.

Geschreven in 1980
toen we nog in Boekelo woonden

vrijdag 2 december 2011

GEDICHT

 
MOTIEF
Voor Lenie

Ik schrijf alleen om te verwoorden
dat het niet goed is zonder jou.
Mijn poëzie deugt alleen
als jij er in ademt.
Zonder trek dooft het vuur.
Zonder jou stem klinkt geen lied.
Woorden zijn de elementen
die de eigenschap bezitten
om samen te smelten
met jou.

woensdag 30 november 2011

EEN KORT VERHAAL - vervolg


Heimwee

Hij liep de Oudemanhuispoort door naar de Kloveniersburgwal. Karel liep gelijk met hem mee. "Heb je je huiswerk al af?" God wat moest je anders tegen een jongen van 13, 14 jaar zeggen. Hij kwam niet graag bekenden tegen op straat, alleen al om de geforceerde conversatie die dan volgde.
"Nee nog niet meneer. ik ga eerst zwemmen. Doe ik altijd woensdagsmiddags."
"Heilige weg?"  "Nee Zuiderbad, hier staat m 'n fiets, dag meneer."
De jongen sprong lenig op het zadel en reed hard langs de gracht.

"Verdomme zou je niet eens ophouden met zuipen?" Er zaten nog vier mensen in de kroeg.
Nachtbrakers. Vroeger dronk hij niet. Blokken voor z 'n aktes, L.O. zus en zo. Oudhollands papier waarin het watermerk van zijn jeugd was gedrukt. Hij was nu 28 jaar. Kamerbewoner.
En wat voor kamer? Een kamer die zich met geen middelen tot een gezellige roef liet transformeren.  Aardige dingen had hij gekocht op het Waterlooplein. En veel boeken. De kamer bleef dood en ook de dingen. Misschien was het zijn eigen machteloosheid om iets te bezielen. 's Avonds zat hij in Chez Maurice waar hij de bruine sfeer vertrouwelijk vond.
Hij sprak nooit met de vaste gasten.

"Ja Maurice, de laatste"

Hij dacht terug aan Karel, een goeie leerling. Geen uitblinker.
"De zonen van Jacob waren gangsters" had hij eens gezegd. "Erger nog dan gangsters als je met z'n tienen je broertje kilt, erger nog." Mark was verbaasd geweest over Karels reactie tijdens een klassengesprek over de staat Israël.

De klok van de zuiderkerk sloeg twee uur. De grauwheid van Amsterdam, motregen en nacht
nam bezit van hem toen hij naar zijn kamer liep.
Kamerbewoner. Een sfeerloze kamer waar hij niets te zoeken had. Slapen, alleen slapen, meer niet. Dit weekend ging hij naar zijn dorp, naar zijn vrienden, zijn ouders en broertje en zusjes.
Hij zou in Twente proberen een school te vinden waar hij aan de slag kon.
Toen hij naar Amsterdam ging lokte het avontuur, maar dat was bar tegengevallen.
In Amsterdam wou hij niet blijven, nee, nee, nee.

dinsdag 29 november 2011

KORT VERHAAL

HEIMWEE


De kaarsen in het café Chez Maurice waren bijna opgebrand.
Staren in de vlam die feitelijk geen vuur was: je kon er je vinger doorhalen en als je het vlug deed voelde je geen pijn.  De kaars op het tafeltje waaraan Mark zat stond in een lege whiskyfles. Het kaarsvet liep er langs en had vlekken gemaakt op het geblokte tafelkleed.
Nog een kwartier en dan zou Maurice de stoelen op de tafels zetten. Hij zou beurtelings kijken naar de laatste bezoekers en naar de klok boven het buffet. De laatste gasten zouden opstaan en na een nauwelijks hoorbare groet aarzelend de nacht inlopen. Zo ongeveer was de gang van zaken vrijwel elke nacht. Goddank. Bij het vaste ritueel van Maurice voelde hij zich thuis.

"Maurice, geef me er nog maar een."
Hoeveel borrels had hij gedronken?
"Merci"

Mark Slotenmaker. Leraar aan de 3e Amsterdamse school  voor Mavo en Havo.
Vanmiddag, woensdagmiddag liep hij verveeld op de boekenmarkt in de Oudemanhuispoort.
Het werkje ban Byron wilde hij niet kopen; vluchtig een of twee gedichten lezen.
"Een vijftig meneer, da's geen geld."
Schouders ophalen, doorlezen en tenslotte  toch naar je portemonnee grijpen.

Karel Wessels, graaiend in een doos met stripverhalen.
De leraar in Mark werd geprikkeld. Een Mavoleerling hebberig zoekend in een stapel Kuifjes.
"Hallo Karel, zoek je geestelijk voedsel?"
"Dag meneer Slotenmaker, nou ja ik ben gek op Kuifjes, ik heb er wel twintig thuis."
Mark betaalde zijn Byron en keek quasi geïnteresseerd wat boeken in.
"Ons wacht de hemel"  Wat lazen de mensen allemaal wel niet.
Hij stond nu naast Karel met z'n stapeltje Kuifjes.
"De schoolbieb is goedkoper, joh."  Weer die verdomde frik.
"Als ik ze uit heb koopt hij ze terug voor de helft van de prijs" lachte Karel.

Wordt vervolgt.

zondag 27 november 2011

OVERPEINZINGEN VAN MARCUS AURELIUS


Waarom zou je bang zijn voor veranderingen?
Zonder veranderingen gebeurt er niet veel.
Kun je een bad nemen zonder dat het brandhout veranderd?
Kun je eten zonder dat het voedsel veranderd?
Kan er wel iets nuttigs verricht worden zonder verandering?

Denk aan het grote geheel waarvan jij maar een klein onderdeel bent.
Denk aan de tijd in zijn totaliteit, waarvan slechts een klein deel voor jou bestemd is.

De werkelijkheid is zo bedrieglijk dat zij bijna onbegrijpelijk lijkt.
Ons inzicht is beperkt en veranderlijk.
Wie heeft ooit iemand ontmoet die nooit van mening veranderd?

Wees niet impulsief en heetgebakerd, maar word je door iets aangegrepen,
bekommer je dan alleen om wat juist is. Wees er zeker van dat jij iedere indruk
die gewekt wordt op zijn juiste waarde schat.

Neem altijd de kortste weg, want de kortste weg is de weg van de natuur; zeg en doe daarom alles met de meest gedegen kennis. Want een dergelijk doel zal je vrijhouden van angst en spanning, van opzichtigheid en ijdelheid.
---
Marcus Aurelius was een van de meest succesvolle keizers van het Romeinse Rijk en bovendien een begaafd wijsgeer.